De belevenis van Extremadura an sich
Wat is de beste reistijd? Wat mogen we echt niet missen? Welke highlights moeten we zien?
Tijdens de beurs voor actieve vakantiegangers sprak ik veel wandel- en fietsliefhebbers bij de stand van Extremadura.
Deze drie vragen werden het meest gesteld. En op geen enkele kon (of wilde) ik eenduidig antwoorden.
Ik begon dus maar te vertellen over mijn ervaringen in Extremadura. Al meer dan 16 jaar. Over mijn fietstocht in februari over de onverharde Via de la Plata en mijn doorweekte voeten. Op mezelf aangewezen zijn. Maar ook over de verlatenheid, de vele kraanvogels op de dehesas, de hop, de blauwe schaduw van de overvliegende scharrelaar. Opperste geluk. Een knikje van begrip. Over mijn vele wandelingen. Een ontmoeting met een geitenhoeder in las Hurdes die zijn geiten aan het einde van de dag naar hun eigen huizen loodste. Een eeuwenoud ritueel. Prachtige watervallen. Bijna niet te vinden op social media. Laten zo. De vele vlinders. Een autoruit vol insecten in het voorjaar. Zoals in Nederland 40 jaar geleden. De kleurenschakeringen, de plotselinge overgang van frisgroen naar warmgeel. Ergens in mei. Dekens van wilde bloemen. Paars en geel. Ja, ook nu al in februari. Het voorjaar begint vroeg.
Wat mij betreft zijn dat de highlights. De belevenis van Extremadura an sich. Het landschap en de locals. Ontmoetingen met handen en voeten als je de Spaanse taal niet machtig bent. Die staan op je netvlies gegraveerd. Dicht bij jezelf komen. En met man en macht proberen vast te houden.
Laten we stoppen om specifieke plaatsen grootschalig te delen op social media. Ervaar het en houd het voor jezelf. Herinneringen kunnen een leven lang mee. Dat noem ik duurzaam.